We praten graag over verandering. Over beter samenwerken, meer autonomie, minder silo’s. Maar waarom blijft het zo vaak bij woorden?
In dit gesprek uit ZigZagHR tussen Pieter-Jan en Lucas De Man ,directeur en kunstenaar, komen twee verschillende werelden samen.
Hun conclusie? Echte transformatie begint pas wanneer we muren durven afbreken, kwetsbaarheid toelaten en organisaties opnieuw menselijk durven ontwerpen.
Artikel uit #ZigZagHR
We kennen allemaal wel vrienden, familie of collega’s die aangeven dat hun werk hen leegzuigt. In onze oplossingsgerichte maatschappij denken we op dat moment al snel richting een misfit tussen persoon en job en dus: tijd voor verandering.
Maar wat als we verder durven kijken? Wat als het niet gaat om de fit met de persoon, maar om de manier waarop mensen georganiseerd zijn?
Want de genderkloof is geen vast gegeven. Ze is het resultaat van keuzes. En dus ook iets wat we kunnen veranderen.
Elke beslissing, elk beleid, elke stap die we zetten – als individu of als bedrijf – maakt het verschil.
Stel je voor dat je straks kan zeggen: “Ik heb doorgezet, ondanks de grootste crisis sinds de jaren dertig.”
Dat voelt toch tien keer beter dan: “Ik had een goed excuus om het niet te doen”?
“De maakindustrie is niet dood. Ze mag ook niet dood! Maar als we willen dat ze blijft groeien, moeten we anders kijken naar technologie én naar mensen.”
Carrièreontwikkeling wordt nog te vaak verengd tot promotie. Maar wat als er simpelweg geen plaats is bovenaan de ladder? Wat als je als leidinggevende ziet dat een medewerker klaar is voor meer, maar je geen klassieke doorgroeimogelijkheid kan bieden?
De titel is geen provocatie, maar een vaststelling. HR – zoals we het vandaag vaak nog kennen – is eigenlijk al lang achterhaald.
Elke keer wanneer iemand zichzelf voorstelt als “HR-expert” of “gepassioneerd door HR”, voel ik een lichte treurigheid opkomen. Niet omdat betrokkenheid bij mensen geen passie waard is – integendeel – maar omdat het zoveel meer kan en zou moeten zijn dan dat.
Job crafting gaat over het proactief nemen van stappen en acties om het werk dat we doen opnieuw vorm te geven, waarbij we taken, relaties en percepties van ons werk veranderen.